Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poezie. Alle posts tonen

dinsdag 5 april 2011

Poëzie-eruptie



Wat een mooi woord: poëzie-eruptie. Daar moeten er meer van komen. Dat Lilian Helder opeens zegt: Ik ben niet warrig. Ik ontwricht de chaos die doorgaans voor volmaakt doorgaat. Dat Cruijff zegt: ik draai een kleine revolutie af.

Rutte beëindigt een betoog met dat hij dit bij zichzelve heeft overdacht, verregend op een miezerige morgen. De geur van hoger honing is voor de plaatselijke imker, kleuterleidsters zeggen: dag ventje op de fiets met de vaas met de bloem.

Datingsitebezoekers schrijven: ik zoek een reisgenoot' en bouwvakkers vervangen 'jij heb ze lekker in je netje hangen' door 'Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree'.

Robert M. in het Pieter Baan Centrum tegen de psych: eer zal men poepen in zijn hoed, dan dat ik mijn hart blootleg.

Gerrit Hiemstra citeert Bloem in november en Gorter in mei. Wilders ziet denkend aan Holland enkel nog brede rivieren en Kim Holland twittert: Eros ontwortelt mijn hart.

Meer poëzie maakt de maatschappij een beetje mooier. Denk ik.

dinsdag 28 september 2010

Titus

Het schilderij was al briljant
en toen las ik het gedicht.
Het gedicht was al briljant
en toen had ik het schilderij
in mijn achterhoofd.

Toen ik het schilderij
met een schuin oog bekeek
tijdens het lezen
van het gedicht
werden beide briljanter.


Te zien in het Boijmans.

Titus aan zijn schrijftafel

Dit laat hij zien in het portret
van zijn zoon – het nadenken van een kind
hoe ernstig hoe stil dat gezicht is
hoe het kijkt alsof het kijkt in een verte

en je weet dat zijn ogen daar niets zien
dat hij kijkt naar iets achter zijn ogen
alsof hij zoekt naar woorden voor
wat er daarachter leeft

hij laat ook de hand zien van dat kind
hoe het met een duim op zijn kin
en met een pen op een papier
wacht op wat het gaat schrijven

en niemand weet waar het op wacht
ook dat kind niet

dat is wat wij zien- dat
iets niet geschreven kan worden


Rutger Kopland
(uit: Toen ik dit zag, 2008)

maandag 20 september 2010

Seksistisch

Kut. Een dochter.

Volgens Nico Dijkshoorn - de schrijver van deze drie woorden - is dit een van de beste gedichten over voetbal ooit gemaakt. Hij droeg het voor tijdens De Nacht van de Poëzie en bijna iedereen in de zaal lag dubbel. Bijna iedereen, want de twee vrouwen linksachter ons improviseerden een onbewust vervolggedicht:

-"Dat vind ik seksistisch."

-"En niet grappig."

maandag 16 augustus 2010

Ben Ali Libi

Een pareltje in mijn inbox na terugkeer van vakantie. Met dank aan de helaas niet meer bloggende Jeroen.

zaterdag 22 mei 2010

Missen

Gisteren werd bij DWDD een plakkaat getoond dat als eerbetoon aan Martin Bril in de nieuwe studio een plaatsje zal krijgen. Erop de eerste zin uit Brils gedicht Credo.
Ik wilde dat ik dit in mijn studententijd al kende.

Je mist meer
Dan je meemaakt

Helemaal
Niet erg

dinsdag 4 mei 2010

Gruwelijk

Het thema van de extra grote VN-puzzel is Voorjaarsregels. Ik wist er bijzonder weinig en plukte daarom maar een bundel met lentegedichten uit mijn kast. Daarin onder meer onderstaande gedicht van Hanny Michaelis. De lente. Ik had er nog nooit zo naar gekeken.

Het is gruwelijk.
Alles begint opnieuw
alsof er niets
gebeurd was.

In stekelige takken
kabaal van vogels.
Piepend en krassend zet
het voorjaar in. De wind
plukt aan ontstemde snaren
van hoop en begoocheling.

Er is niets
gebeurd. Alles begint
opnieuw. Het is
gruwelijk.

maandag 5 april 2010

Minnekunst

Iets verrassends uit de boekenkast plukken is net zoiets als nog ergens een zak chips vinden als je lekkere trek hebt, of een vrolijk (en lang niet beluisterd) liedje aantreffen in je playlist als je daar behoefte aan hebt. (Deze bijvoorbeeld)

Tijdens een telefoongesprek viel mijn oog op Minnekunst van Ovidius, een boekje dat volgens de flaptekst wordt beschouwd als het beste werk van Publius Ovidius Naso. Ik sloeg het open, vermaakte me (en degene aan de andere kant van de lijn) kostelijk en vond het verrassend actueel bovendien. Het begon bij Liefde is een soort militaire dienst.

Liefde lijkt op krijgsdienst en is niets voor slappelingen,
In het liefdeslegioen vindt de angsthaas geen emplooi.

Verderop staan adviezen op rijm met de veelzeggende titels Doe alsof zij het voor het zeggen heeft, Laat je niet betrappen met een ander, Het opwekken van jaloezie en Omgang met haar fysieke gebreken.

In Boek III richt Ovidius zich in al zijn wijsheid tot de vrouwen. Waarom? Dat vraagt hij zichzelf ook af. Onder de titel Palm ons in door verliefd te doen schrijft hij:

Buiten zinnen ga ik te ver: want waarom ren ik onbeschermd
op de vijand af en verraad mezelf door wat ik zeg?
De vogel toont zijn vangers niet hoe hij zich strikken laat,
noch leert de hinde aan de hond hij hij pijlsnel rennen kan.
Mijn belang zet ik opzij, ik maak mijn wek eerlijk af
en geef de amazonen zwaarden, al leiden die mij in het graf.

Hij adviseert onder meer over De dracht van het haar en Kleding. Overige adviezen ter vergroting van de schoonheid begint met:

Ik zou jullie haast nog zeggen: je moet okselgeur vermijden
en voorkomen dat je benen ruw zijn van de harde haren.

Naar verluidt werd Ovidius na publicatie van dit boek verbannen naar een uithoek van het Romeinse Rijk. Volgens keizer Augustus zouden zijn adviezen aanzetten tot overspel.

woensdag 31 maart 2010

Twee bijeen

Bas en ik knutselden voor Bart en Q. Tussen de opdracht en de overhandiging van het gedicht stonden ruim negen maanden. Met als reden (en ik citeer Bas): 'Goede kunst moet rijpen'.

donderdag 18 maart 2010

Foei

Toen ze
foei donderstraal
tegen me zei
kneep ik mijn
ogen even dicht

ik deed ze open
en zag mijn kamer
zwart met wit

de computer werd
een platenspeler
ik droeg een wijde rok
(tot halverwege de kuit)
philip bloemendal sprak
oude woorden op
het polygoonjournaal

en op de grond lag een
hoelahoep

maandag 8 maart 2010

Begin

Gisteren kocht ik een verzamelbundel van Ramsey Nasr. Zin een van het eerste gedicht Prelude, afkomstig uit 27 gedichten, is geniaal. Ik hoop dat ik zo alert ben hiermee te reageren wanneer mensen mij er op wijzen dat ik weer eens iets vergeten ben.

Ik ben niet warrig. Ik ontwricht de chaos die doorgaans voor volmaakt doorgaat.

vrijdag 26 februari 2010

Trots

Ik heb nooit gedichten gepubliceerd, maar het gevoel dat Gerrit Komrij hieronder omschrijft komt enigszins overeen met het gevoel dat ik had toen ik mijn eerste column in het Ublad gedrukt zag en wist: dit wil ik vaker.

De dichter

Toen het letterkundig tijdschrift
Hem een briefje toe deed komen,
Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen
Waren lang niet slecht, we zullen
Er eerdaags een paar van plaatsen,’
Zwol zijn borst tot slagschiphoogte.
Heel zijn leven werd nu anders.
Hij ging doen alsof hij grote
Mensen hoogstpersoonlijk kende.
Hij zei stad wanneer jij blad zei.
Hij zei held wanneer jij speld zei.
Hij zei ach wanneer jij dag zei.
En daarvan wilde hij leven!

dinsdag 24 november 2009

Regen



Met dank aan J.C. Bloem, die niet voor niets die voorletters heeft.

woensdag 23 september 2009

Klokken

Nu op televisie: Four Weddings and a Funeral. Toen J. een keer uit onderstaand gedicht citeerde en ik wist uit welke film deze kwam en van wie het gedicht was, kon ik constateren dat ik de film al te veel heb gezien. Daarom kijk ik nu niet, maar het gedicht blijft mooi.



Funeral Blues

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone,
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.

Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He is Dead.
Put crepe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.

He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last forever: I was wrong.

The stars are not wanted now; put out every one,
Pack up the moon and dismantle the sun,
Pour away the ocean and sweep up the woods;
For nothing now can ever come to any good.

W.H. Auden